De mensen maken Dukskoen bijzonder. Ze zijn bijstandsgerechtigd en hebben moeite om een baan te vinden. Bij Dukskoen leren ze een echt ambacht en krijgen ze de kans om zich voor te bereiden op een reguliere baan.

In deze serie portretjes stellen we de mensen van Dukskoen één voor één voor.

GÜLHAN

‘Dukskoen geeft me kracht en geluk’

Gülhan is een lieve, bescheiden vrouw die in 1977 ter wereld kwam in Turkije. Ze had zes broers en zussen. Haar vader werkte in Saudi-Arabië en was weinig thuis. Toen Gülhan 12 was, besloot ze om kapster te worden. Ze ging een leer-werktraject in. Dat betekende eerst veel haren vegen en later zelf leren knippen en kleuren. Toen ze 18 was, trouwde ze met een Turks-Nederlandse man.

Door dit huwelijk verhuisde Gülhan vanuit haar vertrouwde omgeving naar het verre Nederland. Ze kreeg twee dochters en wende aan de Nederlandse taal en cultuur. Na een aantal jaren liep het huwelijk ten einde. Gülhan woonde in deze tijd in Velp en Arnhem en had een aantal banen, onder meer bij een schoonmaakbedrijf. In 2009 kwam er een derde dochter: Eva. Terwijl de oudste twee al studeren en werken, geniet Gülhan met volle teugen van haar jongste dochter. Ze probeert iedere zomer met haar dochters naar Turkije te gaan om familie te bezoeken.

Ondertussen viel het niet mee om werk te vinden. Maar thuis zitten is niets voor Gülhan. Ze werd er somber van en voelde zich alleen nog maar moeder en vader tegelijk. Ze stapte naar de Gemeente en kwam zo bij 2Switch terecht. Ze naaide daar kleding en tassen en volgde een opleiding in deze richting. Thuis zit ze ook vaak uren achter de naaimachine. Van oude kleding van de kringloop maakt ze allerlei leuke kleding en accessoires. “Soms zit ik zo lekker op mijn zolder te werken dat het ineens 1 uur ’s nachts is. Ik wilde graag een opleiding volgen om met leer te leren werken, maar deze was erg duur. Toen ik hoorde over Dukskoen, was ik direct enthousiast. Het was als een cadeautje.”

“Ik heb best diep gezeten. Ik zorgde alleen voor mijn kinderen en moest overal voor vechten. Sinds ik bij Dukskoen werk, leer ik heel veel. Wat ik vooral zo leuk vind, is dat je een soort kunst maakt. Je begint met een stuk leer en uiteindelijk heb je een prachtige schoen. Door dit werk is mijn leven opnieuw begonnen. Ik voel me weer een vrouw. Ik ben nu veel meer dan alleen maar een moeder, zie er zelfs heel anders uit. Ik kan veel meer en dat komt er nu uit. Ik ben echt ergens overheen gestapt en dat gun ik veel meer vrouwen. Dat geeft me kracht en geluk. Er zouden meer van dit soort initiatieven moeten zijn om vrouwen uit lastige situaties een nieuwe kans te bieden.”

Gülhan was de eerste medewerker van Dukskoen. Ze is het beste achter de naaimachine. “Ik heb de meeste dingen hier wel geprobeerd, maar ik ben toch het beste in stikken. Daar heb ik veel ervaring mee en ik vind het leuk om te doen.”

Over Dukskoen is Gülhan positief. “We maken echt mooie schoenen. Ik heb er een goed gevoel over. Ik hoop echt dat het gaat werken. Ik heb weer verhalen te vertellen en de oude Gülhan komt weer terug. Ik loop zelfs anders! Ik wil vooral Hans van Helder van de gemeente Rheden en Hanny Hueting van 2Switch bedanken. Zij hebben mij op dit pad gezet en enorm gesteund.”

 

 

 

JOLANDA

Dit kom ik niet gauw weer tegen’

Jolanda kwam als laatste bij het team. Eind oktober 2016 startte ze, maar ze is nu al niet meer weg te denken. Jolanda is heeft een vlotte babbel en een bulderende lach. Dat kwam goed van pas in haar eerdere werk als chauffeur. Ze vervoerde jarenlang kranten en folders voor de Arnhemse Courant en later Wegener. Toen ze begin 20 was, haalde ze haar groot rijbewijs. Meer dan 20 jaar reed ze op de vrachtwagen en werkte ze tussen de mannen. Ondertussen kreeg ze twee dochters.

Op een dag kreeg ze het nieuws dat het chauffeursgedeelte van het bedrijf afgestoten werd. Door veranderde wetgeving lukte het niet om met haar papieren nieuw werk als chauffeur te vinden. Jolanda kwam thuis te zitten en dacht na over alternatieven. Ze had vaak collega-chauffeurs van hun nek- en rugpijn afgeholpen. Masseren; dat moest het worden! Ze volgde meerdere opleidingen in massages en reiki. Haar doel was een eigen salon.

De inwonende dochter ging een opleiding volgen. Jolanda’s laatste geld ging noodgedwongen naar het huishouden en het gezin. Zelfs de auto moest eruit. Hierdoor kwam de massagesalon er niet. Een betaalde baan op dit gebied vond ze niet. Maar Jolanda is niet voor één gat te vangen. Ze solliciteerde op allerlei banen die haar leuk leken, ook al had ze niet altijd de juiste achtergrond. Conciërge, schilder, meubelmaker, in een magazijn of een winkel; alles kwam voorbij.

Met hobby’s als klussen, behangen, schilderen, kleding maken en sieraden maken was ze al erg handig op allerlei gebieden. Vrienden en buren weten haar dan ook te vinden. Voor de gezelligheid ging ze als vrijwilliger knutselen, spelletjes doen en wandelen met demente ouderen. Maar de bijstand bleef. Zelfstandig worden vanuit de bijstand is een groot risico en een baan vinden wordt steeds moeilijker als je 55+ bent. In een van haar speurtochten op internet stuitte ze op een filmpje over schoenen maken. Dat leek haar wel wat. Het kan dan ook geen toeval zijn dat ze Joke – begeleider van de mensen van Dukskoen – kort daarna tegen het lijf liep. Ze kennen elkaar al jaren en Joke wist wat voor vlees ze met Jolanda in de kuip had.

Jolanda heeft bij Dukskoen alles al eens gedaan en heeft gemerkt dat ze het beste functioneert als ze aan het bovenwerk werkt. “Dit is de leukste baan van allemaal. Ik heb echt het gevoel dat ik hobby en werk ineen heb. Ik voel me helemaal thuis in het team. Ook al werk ik nu op een vaste locatie en heb ik niet de vrijheid die ik als chauffeur had, ik vind het toch heel afwisselend. Je maakt iets van niets. Het is net als met kleding en sieraden. Ik wil het precies goed doen en haal het desnoods 100 keer uit elkaar tot het helemaal naar mijn zin is.”

Jolanda hoopt heel erg dat Dukskoen een succes wordt. “Dit kom ik niet gauw weer tegen. Ik wil zo graag dat we allemaal in dienst kunnen komen bij Dukskoen. Ik heb het naar mijn zin hier en anders begin ik weer helemaal van voren af aan. Ik moet er niet aan denken om weer verplicht te gaan solliciteren terwijl ik negen van de tien keer niet eens een reactie krijg.”

NABIYU

‘Ik vind dit leuk en ik wil een vaste baan’

Nabiyu is sinds 2009 in Nederland en spreekt de taal al goed. Nabiyu is 40 jaar en komt uit Ethiopië. Daar werkte hij veel in de landbouw. Niet zoals hier met grote machines, maar gewoon met de handen en op het land. Hij kwam naar Europa en dacht dat hij in Engeland was aangekomen. Dat is wat hem verteld werd. Al snel bleek dat hij op Schiphol stond. Omdat hij geen beeld had van de verschillende landen in Europa, maakte het hem niet zo veel uit in welk land hij nu precies zat.

Hij kwam terecht in Ter Apel, toen moest hij naar Eindhoven, Appelscha, Nijmegen… Hij weet niet eens meer precies waar hij allemaal gewoond heeft. Uiteindelijk kwam hij in Dieren terecht en daar heeft hij nu een eigen huis. Hij werkt vaak als vrijwilliger voor Vluchtelingenwerk, waar hij tolk is. Hij spreekt ook Arabisch en kan daarmee veel mensen die net in Nederland zijn, helpen.

Werken in de Nederlandse landbouw bleek lastig omdat dat hier totaal anders is dan in zijn vaderland. Na zijn inburgering besloot Nabiyu te proberen om het vak techniek onder de knie te krijgen. Hij deed op allerlei plekken werkervaring op; van de kinderboerderij in Arnhem tot vrijwillige klusjes bij zieken en oude mensen aan huis en bij 2Switch. Hij zat ook een tijdje op een ROC om het vak te leren.

Al deze stappen brachten hem niet waar hij wilde zijn. Het werk bleek vaak toch niet dat wat hem beloofd was of wat hij verwachtte. In de praktijk werd hij vaker ingezet op werk waar hij niets van leerde of dat geen perspectief bood. Nabiyu kwam terecht bij ‘De Magneet’, een organisatie voor mantelzorg en vrijwillige thuishulp. Het doel van De Magneet is om mensen met een uitkering door te laten stromen naar betaald werk. Hier kreeg hij de kans om allerlei technische werkzaamheden te leren en te oefenen. Hij hielp vakmensen om laminaat te leggen, repareerde fietsen van ouderen, verfde hun huizen en deed allerlei klein onderhoud.

Via-via werd Nabiyu gewezen op Dukskoen. Hij had toen nog geen idee hoe een schoen gemaakt wordt en of hij dat wilde en kon leren. Maar hij zag wel dat dit de kans kon zijn waar hij op wachtte. Na een paar dagen bedenktijd besloot hij ervoor te gaan. ‘Het leek me wel leuk. Eindelijk wat meer vastigheid en een echt vak leren. Ik hoopte dat het dit keer echt zo zou zijn als me beloofd werd. Dat is gelukkig zo. We leren hier heel veel. Gelukkig zit ik nu niet meer thuis.’

Dat thuis zitten is trouwens iets typisch Nederlands, vindt Nabiyu. ‘In Ethiopië leven we veel meer met elkaar. Hele groepen mensen zijn buiten, eten samen en beschouwen zichzelf als vrienden. Hier gaat iedereen na het werk direct naar huis, naar binnen en voor de televisie zitten. Het is in Nederland veel moeilijker om nieuwe vrienden te maken.’

Bij Dukskoen leert Nabiyu het vak stukje voor stukje. Op dit moment is hij vooral bezig met het bovenwerk van de schoen. Eén van de dingen die hij veel doet, is leer snijden en omboeken. Met schalmen maak je een deel van het leer dunner om het mooi af te kunnen werken. Met een scherp mes haal je een deel van het leer weg zodat het beter ‘omgeboekt’ kan worden (een soort zoom). Het werk van Nabiyu komt heel nauwkeurig. Hij meet alles tot op de millimeter en knipt de meest minuscule randjes leer weg om de binnen- en buitenkant perfect op elkaar aan te laten sluiten. Later wil hij ook andere onderdelen leren maken. Maar dit moet eerst 100% zijn. ‘Ik hoop heel erg dat we voldoende schoenen kunnen verkopen om straks te kunnen blijven. Ik vind dit leuk en ik wil een vaste baan. Alleen maar thuis zitten is niet oké.’

SULTAN

Het interview met Sultan vindt plaats op een zonnige maandagochtend. Ik ben direct weg van haar. Deze vrolijke, bescheiden vrouw werd 33 jaar geleden geboren in Turkije. Ze trouwde daar en kwam met haar man naar Nederland. Het huwelijk was niet gelukkig en Sultan besloot om voor zichzelf te kiezen.

Ze bouwt nu een nieuw leven op. De gemeente benaderde haar om te kijken of Dukskoen iets voor haar zou kunnen zijn. In Turkije werkte Sultan bij een bedrijf dat orthopedische hulpmiddelen maakt. Ze is dus erg handig en gewend aan het werd dat bij Dukskoen gedaan wordt. Bovendien zou het een mooie manier zijn om veel Nederlands te praten en zo haar taal snel te verbeteren.

Sinds ze drie jaar geleden in Nederland kwam wonen, werkte Sultan bij meerdere bedrijven. ‘Ik ben jong en gezond. Ik heb gewoon werk nodig, ik wil geen uitkering.’ De  taal vormde een barrière bij het vinden van een baan. Daarom leert Sultan nu Nederlands op school. Maar ondertussen wil ze niet stilzitten. Ze werkt drie dagen per week bij Dukskoen en naast haar school doet ze vrijwilligerswerk. Eén dag in de week  helpt zij bij de verzorging van ouderen in een verzorgingshuis. De gemeente kon geen vrijwilligerswerk voor Sultan vinden. Op eigen initiatief vond ze toch iets dat bij haar past. ‘Ik hou ervan om ouderen en kinderen te helpen. Dit werk vind ik daarom heel erg leuk. Ik doe van alles, bijvoorbeeld koffie rondbrengen. Door dit werk leer ik de Nederlandse taal ook sneller.’

Sultan is blij dat ze in Nederland terecht is gekomen. ‘De mensen zijn lief. Veel rustiger en aardiger. Bovendien is het hier veel veiliger voor mij. Als ik weer een man vind, hoop ik dan ook dat het een Nederlandse man is.’ Nu haar leven weer een beetje op orde is, zou Sultan heel graag haar oude hobby’s weer oppakken: sporten, lekker koken, wandelen en erop uit gaan. En uiteindelijk ook heel graag kinderen krijgen.

Bij Dukskoen heeft Sultan het erg naar haar zin. Waar ze eerst niets meer met Turkse mensen te maken wilde hebben, heeft ze nu een Turkse collega die uit dezelfde regio in Turkije komt en de situatie van Sultan uit eigen ervaring kent. Ze hebben het heel fijn samen, ook buiten het werk. ‘Als we het gezellig hebben op het werk, kletsen we soms per ongeluk in onze moedertaal. Maar dat mag niet, want we zijn hier ook om Nederlands te leren. We schakelen dan snel weer over op Nederlands.’

Wat Sultan meeneemt naar Dukskoen? Haar enorme vrolijkheid en enthousiasme. Iedere dag komt ze opgewekt binnen. Vaak met iets lekkers voor haar collega’s, want koken is één van haar grootste hobby’s.  Lekkere Turkse gerechtjes die ze het liefst deelt met de anderen.

Over de toekomst is ze duidelijk. ‘Ik wil lekker aan het werk zijn. Of het nou dag, ochtend of nacht is, ik wil voor mezelf zorgen en op eigen benen staan. Ik ben jong en gezond, dus waarom zou ik een uitkering nodig hebben? Laat  mij maar lekker werken.’

SIDNY

Sidny heeft het altijd druk. Hij houdt van werken en zit nooit stil. Zijn jeugd bracht hij door in Veghel, Eindhoven en Arnhem. Na vele roerige jaren kwam hij terecht in Dieren waar hij al jaren met zijn vrouw en kinderen woont.

Vanaf zijn veertiende werkt Sidny al keihard. Zo kwam hij op de binnenvaart terecht waar hij jarenlang kookte, schoonmaakte en allerlei technisch werk deed. Ondertussen volgde hij de schippersopleiding. Soms kwam hij aan land en tijdens één van die momenten ontmoette hij zijn huidige vrouw. Toen zij zwanger bleek te zijn, zegde hij zijn werk in de binnenvaart op en werd elektromonteur bij verschillende bedrijven. Het leven van Sidny kwam in rustiger vaarwater en hij raakte zijn wilde haren een beetje kwijt.

In februari 2014 gebeurde er iets dat zijn leven helemaal op z’n kop zette. ‘Ik werd op een ochtend wakker in het Radboud Ziekenhuis. Ik had geen idee wat er gebeurd was. De artsen vertelden me dat ik om was gevallen omdat er al tijden te veel druk op mijn hersenen stond. Er zat veel vocht in mijn hoofd en daarom hadden ze een drain aangebracht die het vocht afvoert.’ Sidny bleek hier al jaren last van te hebben, maar hij dacht dat zijn hoofdpijn kwam door het harde werken en het vele lawaai in zijn werk aan boord en in de bouw. ‘Ik nam een pilletje en ging gewoon door’.

Vijf dagen na de opname mocht Sidny naar huis. Hij wilde direct weer aan het werk, maar dat ging natuurlijk niet. Hij moest het rustig aan doen en was snel moe. ‘Mijn werkgever liet het afweten. Ik hoefde niet meer terug te komen. Dat voelde als stank voor dank na al die jaren. Ik mocht maar 4 uur per week werken. Dat is toch geen werken? Ik ben toen gaan fietsen om weer een beetje fit te worden. Uiteindelijk kwam ik in een traject van de gemeente Rheden. Met een paar maten en een leermeester mocht ik een kerk in De Steeg opknappen. Dat was best leuk, maar ik kreeg geen enkele vastigheid. Met mijn drain vorm ik een risico in de bouw en hierdoor kreeg ik nergens een baan.’

‘Via de gemeente werd ik uitgenodigd voor de presentatie van Martijn over Dukskoen. Het sprak me wel aan en omdat het maar voor drie dagen is, kan ik er ander werk bij doen. Ik werk nu ook bij het Gelredome als steward en beveiliger. Ook best link soms, maar ik vind het erg leuk. Bij Dukskoen hou ik vooral van het wat zwaardere werk. Laat mij maar lijmen, schuren, oppennen en schalmen. Naaien vind ik niets.’

Met de gezondheid van Sidny gaat het goed. De drain houdt zich goed en heeft nooit gelekt. Hij is dan ook helemaal verlost van zijn hoofdpijn. Bij Dukskoen moest hij wennen aan de chaos en bonte mix van collega’s. Verwarrend waren de termen die weer anders zijn dan in de bouw. ‘Afvlakken heet hier bijvoorbeeld ineens profielschuren. Dat krijg ik er maar moeilijk in’. Sidny vindt het interessant om te kijken hoe de apparaten bij Dukskoen werken en om de anderen te helpen met zijn technische kennis. Hij heeft ook geholpen met de verbouwing van de werkplaats. Heel fijn, zo’n handige collega!

‘Ik heb genoeg tegenslagen gehad in mijn leven. Nu ga ik echt mijn best doen om het vak van schoenmaker te leren. Ik heb een vrouw en kinderen, dus ik maak er wat van en dat lukt best goed.’

MARGA

‘Van een stuk hout en een lapje leer een schoen maken’

Marga is een energieke duizendpoot. Ze woonde op allerlei plekken in Nederland en had een aantal totaal verschillende banen. Ze rondde de tuinbouwschool af, maar kwam dankzij haar familie al snel in de horeca terecht en later in de autobranche, een crematorium en een kippenslachterij. ‘Ik leerde als kind al dat ik voor mezelf moest zorgen, aan moest pakken. Dat doe ik nog steeds.’ Naast haar werk is Marga druk met vrijwilligerswerk, onder andere in het hospice in Rozendaal.

‘Ik ben 51 jaar en heb enorm veel energie. Ik kan niet stilzitten en heb weinig slaap nodig. Daarom ben ik altijd met van alles en nog wat bezig. Waar ik kan, help ik mensen. Ik werk onder andere in een hospice. Daar help ik mensen die dat hard nodig hebben. Maar het werk helpt mij ook. Je leert wat echt belangrijk is in het leven. Naast het hospice werk ik ook vrijwillig bij een crematorium en met mantelzorgers. Ik vind het gewoon heel fijn om mensen te helpen.’

Uit de soos
Na jaren hard werken kwam Marga door een ernstig bedrijfsongeval in de ziektewet terecht. Ze lag anderhalf jaar op bed en thuis ging het ook even niet lekker. Marga kwam in de WW en na een tijdje werd dat een bijstandsuitkering. Zelf noemt ze dat liever de ‘soos’. ‘De bijstand klinkt vreselijk. Ik wil mijn hand niet ophouden. Ik ben een aanpakker en heb altijd geleerd om voor mezelf te zorgen. Ik ben geen zielige vogel.’

Via haar werkcoach kwam Dukskoen op Marga’s pad. Ze woonde de presentatie van Martijn bij en voelde zich aangetrokken. ‘Wat me vooral aansprak, is dat Martijn zelf ook een tijdje aan de kant heeft gestaan en dat hij met restleer wilde gaan werken. Ik vroeg me wel af wat er met ons zou gebeuren als er niet genoeg afzet van de schoenen zou zijn. Daar hebben we het samen goed over gehad.’

Marga is nu bijna twee maanden bezig bij Dukskoen. ‘Het mooist vind ik dat je van een stukje hout, een lapje leer en een paar spijkers een schoen kunt maken. Zelf vind ik het oppinnen, het plakken en het schuren het leukst. Ik ben heel ordelijk en wil het graag perfect doen. Dat kan ik hier wel in kwijt, ja.’

Ook voor Marga was het begin bij Dukskoen lastig. Ze is dyslectisch en de eerste tijd was toch wel behoorlijk theoretisch. ‘Er werd verwacht dat je aantekeningen maakte, maar dat was voor mij niet te doen. Ook moest iedereen zijn plekje in het team nog vinden. Nu zijn we zeven weken verder en voelt het alsof we elkaar al jaren kennen. Na het werk praten we buiten vaak nog een tijdje door. Zelfs op het station staan we vaak nog een poos te kletsen. We delen onze lunch en helpen elkaar als iets niet lukt. Ook in het weekend is er regelmatig contact. Dat is heel bijzonder. We komen toch uit hele verschillende hoeken en kennen elkaar nog maar net. Als het goed gaat, wil ik nog wel een poosje bij Dukskoen blijven.’

MOHAMAD

‘Ik ben jong en niet ziek, dus ik wil werken’

Mohamad vluchtte bijna anderhalf jaar geleden vanuit Syrië naar Nederland. Hij is Koerdisch. Koerden zijn een volk van 35 miljoen mensen, verspreid over verschillende landen, die voornamelijk in het Midden-Oosten wonen. Koerden hebben wel een eigen taal en cultuur, maar geen eigen staat. Koerden vormen in Syrië de grootste etnische minderheid.

Mohamad kwam terecht in Dieren. Via Vluchtelingenwerk en de Gemeente Rheden kwam hij op het spoor van Dukskoen. In Syrië was hij al 15 jaar bezig met de productie van schoenen. Hij werkte bij een bedrijf dat het bovenwerk van schoenen maakte. De zolen werden daar kant-en-klaar aangeleverd en dat is anders dan bij Dukskoen. Bij Dukskoen is Mohamad één van de mensen met de meest gerichte werkervaring waardoor hij de anderen veel kan leren.

Naast het werk bij Dukskoen is Mohamad druk bezig met zijn inburgering. Zijn Nederlands is nog niet zo goed. Tijdens het interview zit er een collega bij die de taal al veel beter beheerst. Ik vraag Mohamad wat hij doet om Nederlands te leren. ‘Minimaal twee dagen in de week ben ik bezig met mijn inburgering en het leren van de taal. Nederlands is erg moeilijk te leren; het is een lastige taal voor ons’.

Het werken bij Dukskoen is een mooie manier om te oefenen. ‘Ik spreek buiten het werk niet zo veel Nederlands; ik vind het soms moeilijk te verstaan. Het is lastig dat veel mensen zo snel praten.’

Het fijnst aan het wonen in Nederland vindt Mohamad dat het er veilig is. ‘Alles is hier oké. Het gaat nu heel goed met me. Ik lees veel en leer de taal samen met een collega. Als ik iets niet begrijp, helpt hij me.’ Gelukkig is Mohamad heel leergierig en werkt hij hard. Hij houdt van het werk en dat zie je aan zijn gezicht als hij erover praat. De eerste schoenen zijn dan ook al gemaakt.

Ik vraag Mohamad wat hij vindt van de opvang en kansen in Nederland. ‘Ik voel me hier veilig en vind het fijn. Ik ben jong en niet ziek, dus ik wil werken. Ik wil mijn eigen geld verdienen en niet leven van een uitkering.’